monumenten
Badhuis Van Eyck Adres :Veermanplein 1- 9000 Gent
Van Eyck is het oudste bewaard gebleven overdekt badhuis met kuipbaden en douches van ons land. Na de badinrichtingen van Verviers (1868) en Brussel (Le Bain Royal van 1878), volgde ook Gent de Europese trend die het Engelse Liverpool in de eerste helft van de negentiende eeuw had ingezet.
Begijnhof Sint-Amandsberg : Adres: Jan Roomsstraat - Engelbert Van Arenbergstraat
Het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg is ontstaan als gevolg van de grote moeilijkheden die het Sint-Elisabethbegijnhof ondervond met de Commissie der Burgerlijke Godshuizen van de stad Gent. Het Sint-Elisabethbegijnhof lag op een plek die zich zeer goed tot stadsuitbreiding leende en in de tweede helft van de 19de eeuw werd de druk van de uitdeinende bevolking op dit begijnhof alsmaar groter.
Begijnhof Ter Hoye : Adres: Lange Violettestraat
In 1234, kort na het Elisabeth- of Groot Begijnhof werd het Begijnhof O.-L.-Vrouw ter Hoye of Klein Begijnhof gesticht op de Groene Hoye, tussen de Hooipoort en de Vijfwindgatenpoort. De oprichting gebeurde op last van Johanna en Margaretha van Constantinopel, gravinnen van Vlaanderen. Het begijnhof verleende onderdak aan begijnen afkomstig uit de kleine verarmde adel, de burgerij en de rijkere landbouwersfamilies. Aanvankelijk hing het begijnhof af van de Sint-Jansparochie maar in het derde kwart van de 14de eeuw verwierf het volledige parochiale rechten.
Belfort : Sint-Baafsplein 9000 Gent
In 1313 werd begonnen met de bouw van de Gentse gemeentetoren, symbool van de stedelijke autonomie. Door oorlogen en onlusten werden de werken herhaaldelijk stilgelegd. In 1380 werd het belfort voltooid. Het gebouw heeft in de loop der tijden 7 verschillende bekroningen gehad, aangepast aan het groeiend aantal klokken van de beiaard. Het silhouet van de bekroning stemde overeen met de gangbare bouwstijl. In het midden van de 19de eeuw werd de houten bekapping vervangen door een gietijzeren constructie. Door gebrek aan onderhoud ging ze aan het roesten waardoor afbraak onvermijdelijk was. De nieuwe stenen spits, naar het 14de-eeuwse ontwerp, was net klaar voor de Wereldtentoonstelling van 1913. De gebrekkige verankering ervan op de oude romp leidde tot grondige restauratiewerken tussen 1967 en 1980.
Bisschoppelijk Seminarie : Adres: Biezekapelstraat 2 - 9000 Gent
Na de godsdienstoorlogen op het einde van de 16de eeuw werden seminaries opgericht waar geestelijken tot het priesterschap werden gevormd. De eerste gebouwen van dit seminarie zijn opgetrokken in 1623, naar een ontwerp van Pieter Huyssens (1622-1657).
Boekentoren : Adres: Rozier 9 - 9000 Gent
In 1933 ontwierp Henry Van de Velde op de Blandijnberg de Boekentoren (Universiteitsbibliotheek) en de Instituten voor Kunstgeschiedenis, Dierkunde en Farmacie op de plaats waar vroeger een beluikencomplex stond. Vanaf het begin had Van de Velde een toren als boekenmagazijn in gedachten, als een signaal van de universiteit, een symbool van wetenschap, wijsheid en kennis. Tot vandaag getuigt het gebouw van de toenmalige modernistische architectuur. Het is een sober, elegant en functioneel element in de historische skyline.
Caermersklooster: Vrouwebroersstraat 6 9000 Gent
Het klooster van de geschoeide karmelieten, beter bekend als het Caermersklooster, had een grote impact op de wijk Patershol. De karmelieten waren oorspronkelijk afkomstig uit het Nabije Oosten (de berg Karmel in Palestina geeft de oorsprong van hun naam aan). Onder druk van de islam kwamen ze naar Europa. Vanaf 1287 betrokken ze de refuge van de abdij van Cambron. Mogelijk zijn er nog restanten van de refuge in het zogenaamd Oud Huis.
Geeraard de Duivelsteen : Adres: Geraard de Duivelstraat 1 - 9000 Gent.
Het Geeraard de Duivelsteen, een burcht uit de 13de eeuw, is genoemd naar de bouwheer ridder Gheeraert Vilain, bijgenaamd de Duivel. Het steen bleef tot omstreeks 1328 eigendom van de familie. Daarna werd het verkocht aan de stad Gent.
Het gebouw heeft tal van bestemmingen gehad: ridderverblijf, wapenarsenaal, klooster, school en bisschoppelijk seminarie. In 1623 werd het een dolhuis voor krankzinnigen en een tehuis voor mannelijke wezen. Een ander deel van het gebouw werd gebruikt als gevangenis of tuchthuis.
Gerechtshof : Adres: Koophandelsplein 23-24 - 9000 Gent
Het Gerechtshof werd tussen 1836 en 1846 gebouwd naar de plannen van Louis Roelandt, op de plaats waar zich vroeger het Recollettenklooster bevond.
Het imposant gebouw, gelegen aan de samenvloeiing van de Leie en de Ketelvaart, is opgevat in de geest van de Italiaanse Renaissance
Graslei: Adres: Graslei
Vanaf de 11de eeuw kende de Leie 'tusschen brugghen' een drukke havenactiviteit. De plaats was toen vooral bekend voor de aanvoer van graan uit Artesië (Noord-Frankrijk).
Daar Gent het graanstapelrecht bezat, moest alle invoer van graan in het graafschap Vlaanderen via Gent gebeuren. Kooplieden waren verplicht om een welbepaalde hoeveelheid van hun granen naar de stapelplaats te brengen.
Gravensteen
Van grafelijke residentie tot katoenspinnerij, van kleine versterking met houten gebouwen tot imposant kasteel, van machtssymbool tot toeristische trekpleister … Het Gravensteen kende een bewogen geschiedenis van bouw, verval en herwaardering. Zes hoofdstukken vertellen dit boeiend verhaal. In ‘graven naar het verleden’ worden de recentste opgravingen kort toegelicht
Groot Vleeshuis : Adres: Groentenmarkt 7 - 9000 Gent
Het Groot Vleeshuis werd gebouwd tussen 1407 en 1419 naar een ontwerp van Gillis De Suttere. Vleeshuizen waren overdekte marktplaatsen waar de verkoop gecentraliseerd werd om toezicht te houden op de versheid en de kwaliteit van het vlees. De verkoop thuis was verboden. Tegen de zuidoostgevel van het Groot Vleeshuis werden in 1542-1543 penshuisjes aangebouwd. Om hygiënische redenen moesten ingewanden, darmvet en andere resten van slachtdieren in deze afzonderlijke winkeltjes worden verkocht.
Het Licht: Adres: Sint-Pietersnieuwstraat 128 - 9000 Gent
Op zijn minst een van de merkwaardigste gevels uit de interbellumperiode in de stad Gent is deze van de voormalige redactielokalen het Licht en Vooruit in de Sint-Pietersnieuwstraat.
Architect Ferdinand Brunfaut bouwde in 1930 een nieuwe drukkerij in de tuin van een 19de-eeuwse herenwoning.
Niet alleen het gebruik van beton, maar vooral het creatief omspringen met glas en metaal waarbij 'licht' een zeer grote rol speelt maakte van dit pand een symbool.
Hoofdwacht : Adres: Kouter 29 - 9000 Gent
In 1738 gaven de Gentse schepenen de opdracht een standplaats te bouwen voor de keizerlijke troepen van Keizerin Maria Theresia. Het Corps de Garde werd gebouwd door de belangrijke bouwmeester David 't Kindt. Dit pand is een van de waardevolste voorbeelden van de rococo-architectuur in Gent. Kenmerkend is de sterk benadrukte middenpartij met een vooruitspringend gedeelte dat door een koepelvormig mansardedak wordt bekroond. Het fronton is versierd met een vrouwenfiguur naast een kanon en enkele kanonskogels, die naar de vroegere militaire functie van het gebouw verwijzen.
Hotel de Coninck : Adres: Jan Breydelstraat 5 - 9000 Gent
In dit indrukwekkende hôtel de maître is sinds 1920 het museum voor Sierkunst en Vormgeving gevestigd.
Het gebouw, vermoedelijk ontworpen in 1755, werd 6 jaar later gekocht door Ferdinand de Coninck, een rijke groothandelaar in linnen die drukke handelsbetrekkingen onderhield met Holland, Spanje en de overzeese gebieden. Het gebouw lag in de onmiddellijke nabijheid van de loskaaien van de Korenlei en de Houtlei, wat het voor de handel uiterst geschikt maakte.
Hotel Vander Haeghen :Adres Veldstraat - Gent
Het herenhuis werd rond 1746 opgericht naar de plannen van de Gentse bouwmeester David ‘t Kindt. Judocus Clemmen, de eerste Gentse katoenbaron, kocht het nog onvoltooide pand in 1771. Hij liet de voorgevel afwerken en achteraan een pakhuis optrekken. In dit achtergebouw langs de Leie vestigde hij zijn katoendrukkerij. Hoewel de siermotieven van de voorgevel kenmerkend zijn voor de rococo, zijn er reeds sporen van het classicisme, zoals het driehoekig fronton en de guirlandes en laurierkransen van de smeedijzeren balustrades.
Kinderen Alijnshospitaal : Adres: Kraanlei 65 - 9000 Gent
Het ontstaan van het Kinderen Alijnsgodshuis is het gevolg van een vete tussen de patriciërsfamilies Rijm en Alijn. Na de laffe moord op Hendrik en Zeger Alijn kreeg de familie Rijm genade op voorwaarde dat ze een godshuis en een kapel zou stichten op grond geschonken door de Alijns. De stichtingsakte (1363) bepaalde dat dit hospitaal arme lieden een onderkomen moest verschaffen en alle werken van christelijke barmhartigheid beoefenen.
Klooster franciscanen : Adres: Oude Houtlei 124 - 9000 Gent
In het midden van de 17de eeuw zocht de kloostergemeenschap van de zusters clarissen-urbanisten vanwege de oorlogsomstandigheden toevlucht in Gent. De gemeenschap kocht een huis en naastliggende gronden tussen de Oude Houtlei, de Maagdestraat en de Holstraat en bouwde daar een klooster en een kapel. In 1783 schafte keizer Jozef II het klooster af. Later werd het hersteld maar in 1796 werd het opnieuw opgeheven door de Franse bezetter. De gebouwen werden verkocht aan een burger die ze aan de clarissen schonk.
KNS : Adres: Sint-Baafsplein 17 - 9000 Gent
De Koninklijke Nederlandse Schouwburg is op het einde van de 19de eeuw opgetrokken naar de plannen van architect Edmond De Vigne. Opvallend in de gevel is het grote boogveld, versierd met een veelkleurig mozaïek.
Het allegorische tafereel stelt Apollo en de Muzen voor. In de nissen prijken de beelden van de belangrijkste Gentse rederijkerskamers van het einde van de 19de eeuw. Het interieur van de schouwburg wordt bepaald door neorenaissancistische en eclectische motieven.
Koninklijke Opera: Adres: Schouwburgstraat 3 - 9000 Gent
Op de plaats waar het Sint-Sebastiaansgilde vroeger zijn schouwburg had, bouwde stadsarchitect Louis Roelandt tussen 1837 en 1840 het Grand Théâtre, de huidige Koninklijke Opera. Dit Grand Théâtre was de favoriete pleisterplaats van de Gentse bourgeoisie in de 19de eeuw.
Vanaf de 11de eeuw kende de Leie 'tusschen brugghen' een drukke havenactiviteit. De plaats was toen vooral bekend voor de aanvoer van graan uit Artesië (Noord-Frankrijk). Daar Gent het graanstapelrecht bezat, moest alle invoer van graan in het graafschap Vlaanderen via Gent gebeuren. Kooplieden waren verplicht om een welbepaalde hoeveelheid van hun granen naar de stapelplaats te brengen. Pas nadat het graan er een tweetal weken had gelegen mocht de eigenaar het op de Gentse markt verkopen. Verschillende panden herinneren sterk aan die activiteiten en weerspiegelen de bloei van de Gentse ambachten en neringen.
In de loop van de 18de en de 19de eeuw zijn de meeste huizen verbouwd of aangepast, waarbij hun oorspronkelijk karakter verloren ging. Met het oog op de Wereldtentoonstelling van 1913 werden de historische panden grondig gerestaureerd, maar niet altijd met de nodige aandacht voor hun authenticiteit.
Voor de heraanleg van de Graslei en de Korenlei kreeg de Stad Gent en de Afdeling Bovenschelde - Adm. Waterwegen en Zeewezen in 2003 de "Prijs Bouwheer 2003". Het project kadert in een totaalprogramma voor de herwaardering van de Gentse binnenwateren, het mobiliteitsplan Gent Binnenstad en de bijhorende heraanleg van de Kuip van Gent.
Lakenhalle : Adres: Botermarkt 17 - 9000 Gent
In de Middeleeuwen vond de wol- en lakenhandel, met Gent als een van de belangrijkste centra, een onderkomen in de lakenhalle. Alle lakens, binnen een mijl rondom de stad vervaardigd, moesten naar de lakenhalle gebracht worden. Hier werden de stoffen door drie hallenheren gewaardeerd en gekeurd en hier vond ook de verkoop plaats.
Minardschouwburg : Adres hoofdingang: Walpoortstraat 15 - 9000 Gent
In 1847 bouwde architect Louis Minard als reactie tegen de Franstalige schouwburg en opera op eigen kosten een toneelzaal waarin Nederlandstalige stukken zouden worden opgevoerd. De recent gerestaureerde voorgevel is een mooi voorbeeld van laat-classicistische architectuur. De bepleisterde en beschilderde gevel wordt ter hoogte van de bel-etage geaccentueerd door hoge rondboogvensters met decoratief uitgewerkte boogvelden.
OLV Sint-Pieterskerk: Adres: Sint-Pietersplein
In 1629 werd de eerste steen van de barokke kerk gelegd naar de plannen van Pieter Huyssens. De nieuwe kerk werd opgericht op de funderingen van de vroegere Romaanse abdijkerk die tijdens de godsdienstonlusten op het einde van de 16de eeuw nagenoeg volledig verwoest werd. In 1722 waren de werken klaar.
Pand : Adres : Onderbergen 5 - 9000 Gent
De naam 'Het Pand' verwijst naar het volledig gerestaureerde klooster van de dominicanen. In de 13de eeuw kreeg de dominicanenorde door toedoen van de graven van Vlaanderen het inmiddels te klein geworden Utenhove-hospitaal naast de Sint-Michielskerk toegewezen. Hierop volgde een ware bouwwoede. Met de bouw van de kerk werd in 1240 gestart. In de eerste helft van de 14de eeuw lieten de paters de Leievleugel optrekken.
Het voormalige Postgebouw, naar het ontwerp van Louis Cloquet, werd tussen 1898 en 1909 gebouwd op de plaats van een aantal fraaie oude huizen. Het is opgetrokken in eclectische stijl met overwegend neogotische en neorenaissance-invloeden.
De gevel is overvloedig versierd met beelden en wapenschilden. Naast beelden die België, Vlaanderen, Wallonië en de 9 provincies voorstellen, zijn de beeltenissen van 23 toenmalige Europese staatshoofden in de gevel verwerkt. Boven de hoofdingang aan de Korenlei zijn de Belgische vorsten voorgesteld.
Sint-Annakerk : Adres: Sint-Annaplein 1 - 9000 Gent
In 1837 gaf de aanleg van de eerste spoorlijn Gent-Mechelen het startsein voor de ontwikkeling van de Zuidwijk. Het gevolg was een spectaculaire bevolkingsaangroei.
De parochie telde al snel 18.000 zielen voor wie een nieuwe kerk, ter vervanging van de Sint-Annakapel, moest worden voorzien. De kerk zou ten zuiden van het recent aangelegde Sint-Annaplein in de as van de Keizer Karelstraat ingeplant worden.
Sint-Baafskathedraal: Adres: Sint-Baafsplein 4 - 9000 Gent
De eerste vermelding van deze oudste parochiekerk van Gent dateert van de 10de eeuw. In 942 werd binnen de nieuwe portus een bidplaats gebouwd, vlakbij de drukke aanlegplaats aan de Nederschelde. De kerk was gewijd aan Sint-Jan de Doper en werd in de 11de eeuw herbouwd en verruimd. Van deze bidplaats is niets bewaard.
In 1242 stichtte gravin Johanna van Constantinopel het begijnhof in het Broek, een moerassig gebied buiten de eerste stadsomwalling dat paalde aan het Prinsenhof.
Het begijnhof was een ommuurde stad in de stad, met een monumentale toegangspoort. De kerk met de dries vormde het centrum. Langs de smalle straten stonden conventen en huisjes met ommuurde voortuinen.
Sint-Jacobskerk : Adres: Bij Sint-Jacobs
De stichting van een kerk in de Gentse waterwijk dateert van 1093. Waarschijnlijk ging het om een houten kapel, die in de 12de eeuw door een monumentaal stenen gebouw zou worden vervangen. De huidige driebeukige kerk onderging in de loop van de eeuwen diverse verbouwingen en uitbreidingen.
Sint-Michielskerk: Adres Sint Michieksplein 9000 Gent
In de 12de eeuw stond in het gebied Overleie een kapel gewijd aan de heilige Michaël. Dit bedehuis werd in de 13de eeuw tweemaal door brand verwoest en weer heropgebouwd. In het begin van de 15de eeuw was de kerk bouwvallig en te klein geworden. In 1440 startten de werken aan de nieuwe gotische kerk. Schip en transept waren in het begin van de 16de eeuw voltooid. Tijdens de godsdiensttwisten van de late 16de eeuw vielen de bouwwerken stil.
Sint-Niklaaskerk : Adres: Cataloniëstraat
Al in de 11de of in het begin van de 12de eeuw werd op deze plaats een eerste romaanse kerk gebouwd. In het begin van de 13de eeuw werd ze vervangen door een nieuwe bidplaats, opgetrokken in Scheldegotiek.
Men startte met het bouwen van de eerste vier traveeën van het driebeukig schip. Enkele tientallen jaren later kwamen het volledige schip, het transept en de vieringtoren tot stand. In de 14de en 15de eeuw werden de bouwactiviteiten voortgezet en grepen de eerste verbouwingen plaats. Het koor werd verlengd met twee traveeën en uitgebreid met een kooromgang en straalkapellen. In de 16de eeuw had de kerk zwaar te lijden onder de beeldenstormers.
Sint-Pietersabdij : Adres: Sint-Pietersplein
Evenals de Sint-Baafsabdij werd de Sint-Pietersabdij gesticht in de 7de eeuw door de Aquitaniër Amandus of een van zijn volgelingen. De twee abdijen werden op korte tijd bijzonder machtig en verwierven ook buiten Gent grote bezittingen
Sint-Pietersstation Adres Maria Hendrikaplein 9000 Gent
In 1837 werd ten zuiden van Gent een eerste spoorwegstation opgericht. Daarna werden nog diverse kleinere stations gebouwd onder meer voor goederenvervoer van en naar de haven. Veel van die stations waren als kop- of eindstations aangelegd. Maar de toename van het treinverkeer, de uitbreiding van het spoorwegennet en de onderlinge verbinding van de lijnen maakten dat dit type station al vlug voorbijgestreefd was.
Stadhuis: Adres: Botermarkt 1 - 9000 Gent
Sinds 1301 was de Gentse magistraat samengesteld uit enerzijds 13 schepenen van de Keure die belast waren met het effectieve bestuur van de stad en anderzijds 13 schepenen van Gedele die zich bezighielden met erfenis- en voogdijkwesties. Kort daarop besliste het stadsbestuur drie panden langs de Hoogpoort aan te kopen; het begin van wat zou uitgroeien tot het huidig stadhuiscomplex.
Toreken: Adres: Vrijdagmarkt 33 - 9000 Gent
Het Toreken, eertijds het gildehuis van de huidevetters, werd tussen 1450 en 1483 opgetrokken in gotische stijl met een trapgevel in de Kammerstraat en een traptorentje als merkwaardig herkenningspunt.
Het gelijkvloerse gedeelte dat dienst deed als stapel-, werk- en winkelruimte is eerder sober opgevat. Heel merkwaardig is de zoldering van de gildezaal op de eerste verdieping, met moerbalken die op gebeeldhouwde kraagstenen rusten. Ook de tweede verdieping en de zolderverdieping zijn indrukwekkend.
Vooruit : Adres: Sint-Pietersnieuwstraat 23 - 9000 Gent
Het Feestpaleis van de socialistische arbeidersbeweging werd tussen 1911 en 1914 opgetrokken naar de plannen van architect Ferdinand Dierkens.
Hij maakte van het niveauverschil van twaalf meter naar de Schelde gebruik om het gebouw in twee afzonderlijke constructies op te delen en de theaterzaal en de cinemazaal boven elkaar te bouwen.
Naast het overvloedig gebruik van nieuwe materialen en technieken zoals beton, metaal, glas maar ook kunststeen is het gebouw ook een merkwaardige getuige van het eclectisme. Tussen de twee wereldoorlogen in kende het Feestpaleis zijn hoogtepunt.
Het vormde het toneel van politieke meetings, bijeenkomsten van socialistische verenigingen en artistieke activiteiten.



































